Het zalige recht op onbereikbaarheid
Zijn Russen sinds hun WhatsAppblokkade minder vrij of juist bevrijd?
Kop in de krant: “Russen telkens minder vrij: nu ook WhatsApp geblokkeerd”.
Mijn eerste gedachte, ik ben er niet trots op, was van een ongekend navelstaarderige aard, ik dacht: lucky them.
Stel, je ontwaakt in het ijzige Moskou. Je grijpt vanonder een wollen dekbed naar je telefoon en ontdekt dat je niet langer kunt worden toegevoegd aan drie nieuwe groepchats genaamd ‘Bday Sara 33’, ‘Weekendje Ardennen???’ en ‘Buurtmoestuin (DRINGEND)’. Denk de zalige rust eens in, bij een dag zonder 147 ongelezen berichten over de vraag of iemand woensdagavond kan eten in plaats van donderdag.
Voor Russen is het anders, duh. Het Kremlin vervangt berichtendiensten door een ‘superapp’ waarin je kunt chatten, eten bestellen, video’s bekijken, bankieren en belastingzaken regelen, een superapp waarmee Russen grenzeloos kunnen worden gecontroleerd én van de wereld afgesloten.
En toch. Zijn de Russen minder vrij, of misschien ook bevrijd?
In het vrije westen word ik elke ochtend wakker met een klein groen wolkje en een cijfer dat me hartkloppingen bezorgt.
48 ongelezen berichten.
Geen ervan dringend.
Alle 48 voelen dringend.
Op goeie dagen valt het mee, met 7 ongelezen berichten. Van 48 krijg ik stress. Met 132 berichten wil ik naar Rusland verhuizen.
Jaren nadat iedereen allang op smartphones was overgestapt, gebruikte ik nog halsstarrig mijn oude internetloze Nokia, die, dat moet gezegd, al die tijd precies even goed bleef werken (kom daar nog maar eens om met een iPhone). Ik was koppig en had geen zin in zo’n nieuw apparaat. Ik was blut en had geen geld voor zo’n nieuw apparaat.
Bij echt belangrijke dingen, die er nooit waren, kon je me sms’en, een communicatievorm waarvan het overgrote deel van de mensheid, na haar WhatsApp-overstap, acuut het bestaan vergat. Daardoor dacht niemand eraan me uit te nodigen voor verjaardagen waarin ik toch al geen zin had, niemand stuurde afleidende memes en onbetrouwbare techmiljardairs konden mij niet 24/7 tracken.
Helaas overleefde mijn bijna onverwoestbare Nokia het niet toen hij vanuit de zweefmolen op de Aprilfeesten uit mijn jaszak vloog, en vanaf dat onfortuinlijke moment groeide ik uit tot een verschrikkelijk type WhatsApper. Ik beantwoord berichten dagen of zelfs weken niet, daarna bombardeer ik vrienden met tientallen langdradige berichten achter elkaar, en, als je echt pech hebt, ook nog zevenentwintig foto’s van mijn zoon.
Vreselijk gedrag. Al kan het nóg erger: er bestaan mensen (zijn het mensen?) die “???” sturen nadat ik twaalf minuten (of twaalf dagen) niet heb gereageerd.
Sinds ik een kind heb, lukt WhatsApp al helemáál niet meer. Als Sjakie op de crèche is of slaapt, ga ik als een razende achter mijn tekentafel om werkdeadlines te halen. Als hij lekker zit te spelen, maak ik eten of draai ik tachtigduizend wasjes vol ondergekwijlde truien en ondergekakte rompers. In de zeldzame gevallen dat ik een glorieuze tien minuten voor mezelf heb, wil ik een krant openslaan, of gewoon even voor me uit staren, in elk geval níét antwoord geven op: “Kun je over twee maanden afspreken?”
We vinden bovendien toch tegenwoordig dat kinderen smartphonevrij moeten opgroeien? We willen geen slecht gehechte kinderen de wereld insturen, die onnodig bijziend zijn, concentratiestoornissen hebben, uitgroeien tot diep onzekere tieners met mentale problemen die tot hun schermtijd zijn te herleiden - of erger: tot de onze. We lezen erover, knikken ernstig, leggen demonstratief de telefoons weg, tot ze trillen en we toch weer lachend doorgestuurde gifjes openen.
Sommige mensen die ik per ongeluk negeer op WhatsApp, gaan over op bellen. Gelukkig staat sinds mijn bevalling mijn telefoon op ‘Niet storen’, waardoor telefoontjes pas zichtbaar worden als iemand meerdere keren achter elkaar belt. En welke stalker doet dat nou?
Ik vind de ‘Niet storen’-stand heel rustgevend, het interesseert me niet of anderen het asociaal vinden. Ik heb toch zeker geen plicht tot bereikbaarheid? Ik heb het zalige recht op onbereikbaarheid.
Was ik daar even tevreden mee als het me door de staat werd opgelegd?
Ik open mijn telefoon, de 48 ongelezen berichten zijn opgelopen tot 64. Ze komen uit de WhatsAppgroep “Lunch 16 mei” en gaan over wie de hummus meeneemt.
“You are free, and that’s why you’re lost”, schijnt Franz Kafka ooit te hebben gezegd. Verstandige vent.
Toch maar op een populist stemmen eerstvolgende verkiezingen - langzaam richting autocratie bewegen lijkt eigenlijk zo gek nog niet.
En nu hebben we het nog niet eens gehad over de principiële bezwaren tegen WhatsApp, waardoor we natuurlijk allang op Signal hadden moeten overstappen. Maar ja, zoals bij alle belangrijke zaken waar we daadwerkelijk enige invloed hebben (boycots werken!), kiezen we liever voor zo min mogelijk gedoe (ik in elk geval wel). In ruil voor urenlange scrollpartijen geven we gewillig onze kwetsbaarheden aan techmiljardairs die nooit het beste met ons zullen voorhebben. Zouden we ooit in opstand komen? Is dat nog mogelijk, met de brain rot die we onszelf met die telefoons bezorgen? Gaat Benedicte Ficq ons redden, wordt een zaak gemaakt van het idee dat wij hopeloos verloren zijn, dat onze telefoonverslavingen onze schuld niet meer zijn?
Ik weet het niet, en boeieeeee. Lekker muziekje aanzetten, van Quicksilver Messenger Service deze week. Ik verheug me op onze volgende ontmoeting via dit scherm 💘







Raak 👌