De vorm van mijn buik verraadde het: ik zou een dochter krijgen. Tenminste, dat beweerden buren, vrienden en onbekende voorbijgangers toen ik zwanger was van Sjakie.
Ikzelf vond het idee dat een mens in mij groeide al wonderlijk genoeg, het geslacht hoefde ik tot de bevalling niet te weten, maar zoveel onduidelijkheid kon de buitenwereld slecht verdragen. Waar hóópte ik op, als ik eerlijk was?
‘Een kind,’ zei ik, maar dat was geen goed antwoord.
Wat vermoedde ik, wat zei mijn gevoel? Weet ik veel, mensen voelden toch geen piemeltjes in de buik? Ik in elk geval niet, en ik kon het weten, want mijn baby bleek een jongen.
Ik was opgelucht dat ik een gezonde baby had weten uitpersen, een heerlijk kereltje met bolle wangen, maar doordat mij in mijn zwangerschap zo vaak een dochter werd toegewenst, bekroop mij soms het gevoel dat ik het met mijn volmaakte zoon toch niet helemaal goed voor elkaar had. Hoewel er gelukkig ook mensen zonder voorkeuren waren, prefereerden alle (aanstaande) ouders mét voorkeur een meisje. Een meisje om lekker mee te tutten, een meisje om in jurkjes te hijsen, om later samen The Notebook mee te kijken – een film die ik persoonlijk niet kan velen, maar goed, de strekking was helder: een meisje, dát wilde je.
Afgelopen week bezocht ik een vriendin, zwanger van haar tweede, die zenuwachtig was voor haar geslachtsecho volgende week.
‘Het móét een zusje voor Ruby worden,’ zei ze, terwijl ze liefdevol de wangen van mijn baby kuste. ‘Twee meisjes, dat lijkt me wel zo rustig. Ik ben veel te gestrest voor de drukte van jongens.’
Sjakie keek haar met zijn grote bruine ogen aan en begreep er gelukkig nog niets van. Mijn vriendin nam een slok thee en vervolgde: ‘Daarbij weet je met dochters zeker dat je op je oude dag niet aan je lot wordt overgelaten.’
Ik keek naar mijn zoon, nietsvermoedend knabbelend aan zijn soepstengel. Zou hij mij later verwaarlozen? Daar had ik nou nooit over nagedacht.
Je las zojuist het (iets bewerkte) begin van mijn essay voor &C the magazine. Ik zocht uit waarom zoveel aanstaande ouders, na een eeuwenlange zonenvoorkeur, nu massaal op dochters hopen. Wie benieuwd is naar mijn bevindingen kan het magazine in huis halen, de &C “Oh Baby”-special ligt sinds afgelopen weekend in de winkels (met een halfnaakte Jennifer Hoffman op de cover. Just sayin’).
Ik schreef het alweer een tijd geleden, maar het onderwerp blijft relevant – tot mijn grote irritatie hoorde ik deze week opnieuw mensen zeggen dat een zoon ‘later niet voor je gaat zorgen’. Moest ik er wat van zeggen? Vertellen dat kinderen geen verzekeringen zijn voor hun oude dag? Mijn verzamelde cijfers en grafieken erbij halen? Beter van niet, ik ben niet op aarde om het humeur van mijn omgeving te bederven.
Na wekenlang artikelen over hersenonderzoeken en stigma’s te lezen, weet ik wel dat mijn irritatie terecht is. De gedachte dat meisjes aangeboren rustiger en zorgzamer zouden zijn dan jongens is door psychologen en neurowetenschappers al lang naar het rijk der fabelen verwezen. Onderzoek laat zien dat gedragsverschillen tussen jongens en meisjes niet hard-wired zijn maar grotendeels het gevolg van wat we van hen verwachten. Al vanaf tweeënhalfjarige leeftijd hebben kinderen in de gaten welke kleren, speeltjes en gedragingen volgens de maatschappij ‘bij hun gender horen’. Wie meisjes voortdurend vertelt dat ze lief (moeten) zijn en jongens aanmoedigt om te ravotten, creëert zijn eigen bewijs.
Hoewel ik in dergelijke gesprekken liever feiten bespreek dan anekdotisch materiaal, kan de persoonlijke bron van mijn frustratie niet onbesproken blijven. Zelf was ik een niet-stereotiep meisje dat door mijn ouders volledig vrij werd gelaten in het verwaarlozen van mijn barbies en mijn uiterlijk. Toch heb ik me vaak afwijkend gevoeld. Maatschappelijke verwachtingen hebben me zonder dat ik het doorhad op bepaalde gebieden alsnog laten aanpassen aan sociaalwenselijke normen.
(Neem nou verjaardagscadeaus. Van nature ben ik vergeetachtig en onattent, maar ik heb gemerkt dat met lege handen naar verjaardagen gaan uitsluitend wordt geaccepteerd bij jongens (“die denken niet aan dat soort dingen”). Nu sta ik in tijden van overconsumptie jaarlijks ribben uit mijn lijf af aan een verjaardagstraditie die ik eigenlijk haat. Want stel je voor dat mensen denken dat ik een bitch ben!)
Gelukkig zijn het bij mij grotendeels miniatuurprobleempjes.
Evenwel gun ik iedereen, kinderen én ouders, een kritische blik op conservatieve stereotyperingen. Hoe aangenaam is het om kinderen zich vrij te zien ontwikkelen tot authentieke, zelfverzekerde mensen – of ze nu zorgzaam worden (m/v), wildebrassen (m/v) of allebei.
[Fragment uit &C]
Ik denk aan de mensen die zo in hun nopjes zijn met hun meisjesgebroed, tevreden spinnend omdat ze de boel al voor hun veertigste zó goed voor zichzelf hebben geregeld.
Het is ironisch dat progressieve vrouwen, vrouwen die zelf eeuwenlang hebben gevochten om niet tot zorgrol te worden gereduceerd, nu jubelen dat dochters later hun verzorgers worden, en hun zoons als vanzelfsprekend van die verantwoordelijkheid ontslaan.
Misschien worden die dochters heel autonome vrouwen, vinden ze een droombaan in Australië. Wat gebeurt er dan met die ouders, als hun brave dochtertjes ze later helemaal niet in steunkousen zullen hijsen? Zijn ze zelf nog in staat dingen voor elkaar te krijgen, om andersoortige gemeenschappen om zich heen te verzamelen? Of blijven dochters verantwoordelijk voor hun bejaardengeluk, en zal zo’n meisje die droombaan weigeren, beknot in haar vrijheid vanwege de verwachtingen die zo jong al op haar schouders drukken?
Ik hoop dat die meisjes lekker emigreren, heel ver weg.
En zo blijk ik uiteindelijk toch gewoon een bitch.
Mijn ouders kregen in 1989 hun eerste kind, een meisje, mijn zus. Ze noemden haar Puck. Met grote zorg werd het eerste liedje dat baby Puck te horen kreeg uitgekozen. Iedereen die mijn vader Odie heeft gekend, snapt dat het een Beatleslied moest worden. Een van de allermooiste (❤️ die zucht van John!!!).
(Leuk feitje: de ondeugende Beatletjes wisten met een achtergrondzanggrapje de strenge radiocensuur uit 1965 te omzeilen, George & Paul zingen stiekem ‘tit-tit-tit’ (1min05).)
Tot slot op verzoek een klein experiment, tot ik heb uitgevogeld hoe ik met deze brieven een verdienmodel kan verzinnen waarvan zowel ik als jullie profiteren. Hierbij een open Tikkie, geldig t/m 19mei, voor wie mijn werk financieel wil steunen. Doneer bijvoorbeeld voor een bioscoopkaartje, cappuccino of nieuwe vulpen (een retourtje Australië mag natuurlijk ook). Bij voorbaat grote dank ❤️
(& !!!!voel je nergens toe verplicht!!!)
https://tikkie.me/pay/gojp3ss2h6mvlrjc9801










Ha wat een goed stuk! Mijn Surinaamse vriendin zei toen ze hoorde dat ik zwanger was: ‘oh ik hoop dat het een jongen is, want die zijn altijd zo lief voor hun moeder.’
Perspectief en misschien ook cultureel gebonden? Ik vond het een leuke opmerking en kijk liefdevol naar mijn zoon en ben heel benieuwd hoe onze band later zal zijn!
Super stuk , als jongen nog steeds last van dat jongens stoer en wild moeten niet leuk hoor